De duurzame toekomst ligt in het midden, ergens tussen de boeren

De rode draad doorheen de communicatie van milieu- en natuurbewegingen is stilaan achterhaald. In eerste instantie wordt een ideaalbeeld opgehemeld, namelijk agro-ecologie. Daartegenover wordt een denkbeeldig concept geschetst dat op alle vlakken het tegenovergestelde is. Dit concept werd gedoopt met de naam: industriële landbouw. Beide denkbeelden zijn utopieën. Terwijl agro-ecologie de werkelijkeheid romantiseert, wordt met industriële landbouw de werkelijkheid gedemoniseerd.

In zekere zin is die discussie tussen de twee concepten zinloos omdat beide nooit zullen bestaan en verre van ideaal zijn. Bovendien werkt de discussie contraproductief. Het gaat regelrecht in tegen hun initiële doelstelling om onze landbouw te helpen verduurzamen. Het verdeelt de brede waaier aan landbouwbedrijven in twee hokjes en kweekt vervolgens aversie op tussen beide kampen. Het is duidelijk dat de gehanteerde retoriek polarisering in de hand werkt.

Terwijl vanuit de ivoren toren verdeling wordt gezaaid in het theoretisch veld, ploeteren onze boeren in menig Vlaamse velden om op het einde van de rit een kwaliteitsvolle oogst binnen te halen. Geen enkele boer opereert in een tegenpool van het theoretisch spectrum. Integendeel, onze landbouwbedrijven vormen het rijke kleurenpalet tussen beide uitersten. In de praktijk ligt de weg naar een duurzame toekomst ergens in het midden, tussen alle boeren.

Die weg met agro-ecologische principes dat rekening houdt met economische realiteit is onze sector al lang ingeslagen. Er is namelijk een groot verschil tussen agro-ecologie en agro-ecologische principes. Het eerste is een theoretische benadering of een beweging, het laatste zijn principes waarbij gewerkt wordt op maat van gewas en dier. Zo zorgt bijvoorbeeld preciesielandbouw voor minder gebruik van hulpmiddelen (kunstmest, sproeistoffen, energie, antibiotica, …). Een volledige omschakeling naar een agro-ecologisch model is een fabel en economisch niet haalbaar. Goedkope niet-agro-ecologisch geteelde producten zouden onze markt al snel overspoelen. Tenzij we onze grenzen kunnen sluiten en dus pleiten voor een Bexit scenario. Hoe we het ook draaien of keren, voedsel is en blijft een wereldgoed.

Er is dus nood aan een kruisbestuiving dat heel onze sector naar een hoger niveau tilt. Een instelling die daar hard aan werkt en waar unaniem met veel ontzag naar wordt gekeken is het Instituut voor Lanbouw & Visserijonderzoek. Hun onderzoekers hebben oog voor agro-ecologische principes en staan met hun laarzen in het veld. Door praktijkonderzoek vinden de resultaten snel hun weg naar onze land- en tuinbouwers.

Voor velen is het een onterecht taboe. Maar landbouworganisaties staan verder in het erkennen van het brede spectrum aan landbouwbedrijven dan milieu- en natuurbewegingen. Dit is niet verwonderlijk, zij staan met hun voeten in de praktijk. Het mag Draulans misschien verwonderen maar de organisatie die de meeste boeren ondersteunt bij de opstart van korte keten initiatieven is… Boerenbond. Het is dan ook opmerkelijk dat de inbreng van deze organisatie werd beperkt tot één zin in een vier pagina tellend artikel over de lokale boer in De Standaard. Sommige journalisten laten zich blijkbaar nogal snel verleiden door polarisering.

Het wordt stilaan tijd dat milieu- en natuurbewegingen een andere houding aannemen. Veranderingen breng je teweeg door het bestaande naar een hoger niveau te tillen. Niet door de hedendaagse landbouw te demoniseren en te pleiten voor een complete omschakeling naar een romantische utopie. De duurzame toekomst ligt in het midden, ergens tussen de boeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *