IPCC stelt slash-and-burn aan de kaak

Bij het verschijnen van het IPCC rapport over klimaatverandering en landgebruik werd door de media vooral ons vleesgebruik belicht: “we moeten veel minder vlees eten“, “we moeten van dat vlees af“, “vleesconsumptie in het vizier“, … De essentie van het IPCC rapport bleef onderbelicht: de noodzaak van een duurzaam landgebruik.

Uiteraard zijn vleesproductie en landgebruik met elkaar gelinkt. Een klassieker is het soja-verhaal. Vooral het restproduct, sojaschroot, wordt verwerkt in krachtvoeders. Zo bestaat het varkensmeel voor ca 5% uit sojaschroot en het krachtvoeder voor vleesvlee uit 2,5% soja. Naast het krachtvoer bestaat het dieet van runderen vooral uit eigen geteelde maïs en gras.

Europese sojaschroot wordt vooral geïmporteerd uit Zuid-Amerika. De teelt getuigt niet altijd van duurzaam landgebruik. Opzoek naar vruchtbare gronden verdwijnen stelselmatig stukken amazonewoud door het toepassen van slash-and-burn: het kappen en vervolgens branden van stukken bos. Eenmaal de grond uitgeput is, gaat men opzoek naar nieuwe stukken vruchtbare grond.

Het is dit soort landgebruik dat door het IPCC aan de kaak wordt gesteld. Door het toepassen van duurzaam landgebruik zou men niet steeds nieuwe stukken land moeten aansnijden. In ontwikkelingslanden zoals Brazilië ligt nog een zeer groot potentieel tot verbetering inzake duurzaam landgebruik.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het IPCC veel meer hamert op duurzaam landgebruik dan op het aanpassen van ons voedingspatroon. Een sterke afname van onze vleesconsumptie zou de broeikasgassen afkomstig van landgebruik doen dalen met 1/4de oftewel 5% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Het toepassen van duurzaam landgebruik kan de broeikasgassen afkomstig van landgebruik met 3/4de doen dalen oftwel 15% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen.

Slash-and-burn wordt niet alleen toegepast voor sojateelt. Het is ook een gangbare praktijk om ruimte te scheppen voor Zuid-Amerikaanse ranges. Een Zuid-Amerikaanse steak valt bijgevolg niet vergelijken met een Europese steak. Het is dan ook verontwaardigend dat de import van Zuid-Amerikaans rundsvlees onderwerp is van het handelsakkoord met Mercosur.

Vooral in het voorbije jaar verdween heel wat Amazonewoud door slash-and-burn. Dit terwijl de sojamarkt wereldwijd op zijn kop staat. Door een handelsdispuut tussen China en de VS is China een grotere afnemer van Zuid-Amerikaanse soja. De Europese Unie verlegt de soja-import dan weer naar de Verenigde Staten. Bovendien is de helft van de Chinese varkensstapel (een kwart wereldwijd) geliquideerd vanwege de Afrikaanse varkenspest. Daarnaast investeert China fors in substituten voor soja.

De drijfveer naar bijkomend vruchtbare gronden is bijgevolg moeilijk enkel aan soja toe te schrijven. Andere gewassen maar ook de Zuid-Amerikaanse veeteelt lijken tegenwoordig een belangrijkere rol te vervullen.

Handelsakkoorden zijn een belangrijk instrument om dergelijke praktijken een halt toe te roepen. Het importeren van Zuid-Amerikaans rundsvlees onder Mercosur is dan ook zeer controversieel.

Daarenboven moet de Europese Unie, net zoals China, fors investeren in substituten voor soja. We mogen als Europa de boot niet missen. Want zoals het IPCC voorspelt staat de toekomstige voedselzekerheid onder druk. De handel in landbouwproducten zal meer dan ooit voorwerp worden van geopolitiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *