Voedsel is een wereldgoed, en dat zal altijd zo blijven.

De coronacrisis heeft vat op heel wat sectoren, waaronder de land- en tuinbouw. Toch blijven onze boeren dagdagelijks in de weer om ons van gezond voedsel te kunnen voorzien. Heel wat tijdelijk werklozen gaan aan de slag om onze land- en tuinbouwers een handje toe te steken. Het contrast met bepaalde organisaties en journalisten kan niet groter zijn. Zij zien deze crisis als het uitgelezen moment om onze boeren nog eens extra de kop in te drukken. GAIA lanceerde een campagne waarin COVID-19, Ebola en SARS op één hoop worden gegooid met vogelgriep en varkenspest. Voedsel Anders, Boerenforum en Wervel roepen om tot een volledige omschakeling naar agro-ecologische landbouw. Dirk Draulans verwijt Boerenbond van hypocrisie omdat de organisatie land- en tuinbouwers ondersteunt met korte keten initiatieven. Gedreven door hun idealisme verliezen zij jammer genoeg de realiteit uit het oog.

Kleinschalige boerderijen en bruisende lokale economieën”, zoals Voedsel Anders het verwoord, klinkt zeer romantisch in de oren. Maar een volledige omschakeling van onze landbouwbedrijven naar agro-ecologisch landbouw en een korte ketenmodel is economisch onhaalbaar. Hoe gaan we voorkomen dat goedkopere niet-agro-ecologische geteelde producten onze markt niet zullen overspoelen? We leven namelijk in een Europees eengemaakte markt. Gaan deze organisaties pleiten voor een BEXIT om de grenzen voor die producten te kunnen sluiten?

Is het normaal dat het kleine België number one is in de export van aardappelproducten?”, vragen Wervel en Boerenform zich af. Komaan, wie is er nu niet trots op onze Belgische frieten? Export is voor deze organisaties nog steeds een taboe. Maar voedsel is nu eenmaal een wereldgoed, en dat zal altijd zo blijven. In Nature verschenen de afgelopen maand een reeks artikels die pleiten voor spatial optimization (teel gewassen op plaatsen met de grootste opbrengsten om de vraag naar extra landbouwgrond te doen afnemen). Bovendien helpt dit ecologisch belangrijke gebieden te vrijwaren en op de vraag naar voedsel (stijgende wereldbevolking) een antwoord te bieden. Dit impliceert dus ook een noodzakelijke handel (met import en export) van voedselproducten.  

En ja, Vlaanderen blinkt nu eenmaal uit in het zo duurzaam mogelijk produceren met hoge opbrengsten aan aardappelen, zuivel, vlees, … De reden hiervoor is de mix van vele kennisinstellingen en de grote variëteit aan landbouwbedrijven. Samen vormen zij de ideale voedingsbodem voor duurzame landbouwtechnieken. In tegenstelling tot wat Draulans beweert, heeft Boerenbond altijd gepleit voor het behoud van deze brede waaier aan landbouwbedrijven. Ook Korte keten initiatieven konden altijd rekenen op steun bij Boerenbond. Het geeft de mensen bovendien meer voeling met de landbouwsector, iets wat Draulans blijkbaar totaal ontbreekt. Korte keten geeft de boeren momenteel wat extra ademruimte, en dat mag zoveel mogelijk in de kijker gezet worden. Ervoor ijveren dat alle boeren volledig omschakelen naar dat model, dat is pas hypocriet.

Draulans definiëert de agro-industrie als “regenwoud dat voor soja moet verdwijnen”. Er was inderdaad en er wordt nog steeds heel wat regenwoud gekapt om in vlammen op te gaan. De percelen die overblijven na de vlammenzee zijn echter niet geschikt voor soja-teelt. Ze worden omgevormd tot ranches voor Braziliaanse runderen. In die optiek, zou de wereldmarkt zelfs beter kiezen voor Europees rundsvlees dan deze Braziliaans wanpraktijken. Er valt niet te ontkennen dat ook België sojaschroot importeert. Die soja is maatschappelijk verantwoord geteeld in de Cerradovlakte ver weg van het kwetsbare Amazonewoud.  Dit neemt niet weg dat we onze eiwitafhankelijkheid moeten afbouwen. Zo voerden het ILVO (Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek) en Inagro, samen met Franse en Waalse partners, onderzoek om sojaschroot bij melkveebedrijven te vervangen en tegelijk de rendabiliteit te verbeteren. Het resultaat is de interregionale campagne “protecow“. Praktijkgericht onderzoek is nu net de sterkte van deze onderzoeksinstellingen en vindt doorgaans ook makkelijker de weg naar onze land- en tuinbouwers.

Wat al deze organisaties en journalisten gemeen hebben is een misleidende communicatie om hun idealen door te drukken. GAIA gooide SARS, Ebola en COVID-19 op één hoop met vogelgriep en varkenspest. Varkenspest die trouwens opdook bij wilde everzwijnen in ons land, maar door de sterke inzet van onze boeren op bioveiligheidsmaatregelen niet onze stallen bereikte. Onder andere viroloog Hans Nauwynck wees op het feit dat Ebola, SARS en COVID-19 in de verste verte niet vergeleken kon worden met de vogelgriep: “Dit is een totaal ander verhaal.” De vraag aan GAIA hoe de campagne hierin een onderscheid maakt, blijft dode letter. Met de woorden “dit is geen wetenschappelijk traktaat” op de facebookpagina van GAIA, geeft voorzitter Michel Vandenbosch blijk dat hij niet veel belang lijkt te hechten aan een wetenschappelijk correcte en duidelijke communicatie. Misleidende communicatie zoals de advertentie van GAIA is, zeker in dezer tijden, maatschappelijk onverantwoord.

We zouden onze land- en tuinbouwers beter een pluim geven voor hun dagdagelijkse inzet. Zoals elke economische sector worden ook zij getroffen door de coronacrisis. Maar anders dan fabrieken kunnen landbouwers hun oogstplannen of dierenaantallen niet meteen doen stijgen of afbouwen. Onze land- en tuinbouwers verdienen niet alleen meer respect, we mogen er geweldig trots op zijn. Zeker in uitzonderlijke tijden zoals nu.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *